Natuurwaarde Stiphout moet verbeteren

In het artikel in het ED van 7 mei j.l. wordt nogmaals duidelijk hoe slecht het gesteld is met de natuur in en rondom ons dorp. Het bodemleven is slecht. De aanwezige natuur, planten en dieren zijn nauwelijks waarneembaar aldus het IVN. Wij zien helaas voor een groot deel hetzelfde. Maar laten het daar niet bij zitten.

Grote delen welke de bestemming natuur hebben zijn de afgelopen jaren stelselmatig en structureel gemaaid en bemest. Ook zijn bomen de afgelopen jaren gerooid. Als stichting hebben wij de gemeente Helmond hierop aangesproken . Het gebied dient hersteld te worden als natuur en bomen dienen herplant te worden.

De gemeente Helmond is van mening dat er sprake is van agrarisch medegebruik. Wij zien helaas dat de activiteiten welke hier plaats vinden geenszins lijken op agrarisch medegebruik. Hier is sprake van het structureel en moedwillig onderhouden van een agrarisch gras landschap. Wij hebben inmiddels juridisch ondersteuning ingeschakeld en bezwaar aangetekend.

Maaien en bemesten heeft negatieve effecten op de natuur. De stikstof welke vrijkomt bij het uitrijden van de mest op het land leidt tot grote problemen voor de natuur. De stikstof leidt tot verzuring, de hoeveelheid kalk in de bodem neemt af. Vogels hebben hier last van, doordat eierschalen te dun worden of vogeljongen te dunne botjes in hun poten krijgen. Eikenbomen sterven af door een tekort aan bepaalde eiwitten en dit leidt tot minder insecten, en daarmee ook weer tot minder beschikbaar voedsel voor vogels.

Dit probleem lossen we niet op door het plaatsen van een zonnepark. Dit lossen we op door de natuur terug te brengen in de staat van slechts enkele jaren geleden. De wisselwerking tussen bomenrijen, bosranden en weilanden zijn kenmerkend voor dit gebied. Weidevogels hebben bijvoorbeeld baat bij vernatte graslanden. Kale plekken in het gras leiden tot plasdrasplekken.

In Brouwhuis wordt eenzelfde gebied inmiddels ontwikkeld tot Landschapspark. Wij ondersteunen dit van harte. Gelijktijdig is het niet uit te leggen dat Stiphout nu wordt opgezadeld met een zonnepark. De Leemkuilen  is tenslotte een belangrijke ecologische verbindingszone tussen het Coovels bos en de Stiphoutse bossen. Het is onderdeel van een nog grotere natuurzone. Hier moeten we zuinig op zijn.

Wij blijven ons inzetten voor het behoud van dit gebied. Bij voorkeur middels een open dialoog. Maar de natuur belt geen advocaat, wij wel als dat nodig is. We rekenen op uw steun!

Stichting Geledingszone Stiphout

VOORAANKONDIGING: BOEK OVER LEEMKUILEN/DE VENNEN

Komt er wel of niet een tweede zonneveld in Stiphout?

Dát weten we nog niet. Mocht de gevraagde vergunning worden verleend, dan is het nog afwachten hoe het verder gaat met bezwaar en beroep en zienswijzen en noem maar op. Intussen hebben we wel veel geleerd over het functioneren van onze lokale democratie en onze eigen dorpsgemeenschap.

Als partijen wat te winnen of te verliezen hebben, gaat het natuurlijk ook wel eens hard tegen hard. Gelukkig ging het maar een paar keer over het randje. In elk geval komt er nu wél een boekje uit over wat er speelde en speelt rond het zonneveld-plan.

Onder de titel LEEM ONDER JE SCHOENEN staat je een kakelbont boeket te wachten van feiten en meningen in artikelen, columns, verslagen, brieven, verhalen van oud-Vennen-bewoners als Jo Klink, Hein van Berkel en Mies en Toon van Neerven en nog veel meer. Jan Nijssen is de auteur en veel Stiphoutenaren hebben hun bijdrage geleverd.

LEEM ONDER JE SCHOENEN © Jan Nijssen. Eerste druk.
136 PAGINA’S A5 met 75 kleurenfoto’s. Prijs: € 19,50
Het boekje is t/m 10 juni te bestellen door voorintekening.
Om te bestellen stuur je een e-mail naar jannijssen@bbhmail.nl
of bel 0492 – 522948

Waarom voor-intekenen? “Ik heb geen idee hoeveel boekjes zullen worden besteld en ik wil aan de ene kant niemand teleurstellen, maar aan de andere kant ook weer niet te veel boekjes in mijn eigen kast zetten”, legt Jan uit. “Bij bestelling door voorintekening t/m 10 juni ben je zeker van net zo veel boekjes als je wilt hebben. Na betaling moeten ze dan vóór 20 juni (Vaderdag) geleverd kunnen worden.” 

Geledingszone in beeld

Heeft u dat ook?
U wandelt of fietst regelmatig door de Geledingszone van Stiphout. U geniet van de vergezichten, de natuur, de rust en het landschap. Onbewust dragen deze ervaringen bij aan uw welzijn, gezondheid en fitheid. Dat is precies wat wij willen koesteren, en velen met ons. Zo volgen wij al enkele maanden met plezier de rubriek ingezonden foto’s in het Eindhovens Dagblad. Een vast groep liefhebbers van ons buitengebied deelt daar naar hartenlust foto’s van de geledingszone. Wij verzamelen deze op onze Instagram, zodat de wijde wereld het natuurschoon kan aanschouwen.

Dus heeft u dat ook?
Sta dan eens stil en maak een mooie foto van Croy, de Stiphoutse Bossen, de heide of het cultuurlandschap. Wij zien ze graag voorbijkomen op instagram of facebook met de hashtag #Geledingszonestiphout en de tag @geledingszonestiphout!

Wilt u ook deze wonderschone foto’s zien? Volg ons dan op instagram!

Steun ons in onze activiteiten en doneer!

“Pak onze openbare ruimte niet af”

Via vrienden van de Stichting Geledingszone Stiphout zijn wij in contact gekomen met NRC Next. De heren Thijs van den Boomen, Simon Franke en Wouter Veldhuis hebben in juli 2020 een treffend artikel geschreven “pak onze openbare ruimte niet af”. Dit is precies waar het om draait. Met hun goedkeuring delen wij graag hun artikel op onze website:

“Anderhalvemetersamenleving Een stad is bedoeld om in te leven. Geef ons bankjes – geen hekken, schrijven Tijs van den Boomen, Simon Franke en Wouter Veldhuis.

De geplastificeerde A4’tjes met pijlen en hygiënemaatregelen op het hek van de Amsterdamse Louis Bouwmeesterschool laten geen ruimte voor misverstanden, het hek zelf trouwens ook niet: het is bijna manshoog. Zelfs de ons via looplijnen en sluizen bewegen van afspraak naar reservering naar
tijdslot?

Kuchschermen
Er is in inmiddels veel geschreven over sociale gevolgen van de lockdown als eenzaamheid, huiselijk geweld, leerachterstand, depressie en armoede. Weliswaar worden de maatschappelijke achtergronden aangestipt die maken dat bepaalde groepen extra hard worden getroffen, maar de focus ligt consequent op de individuele effecten. De politiek-maatschappelijke consequenties zijn ons inziens nog onvoldoende belicht. En dat is hard nodig, nu de opening up van de publieke ruimte een een-tweetje dreigt te worden tussen veiligheid enerzijds en economie anderzijds, wat uitmondt in grote terrassen met kuchschermen om veilig te consumeren. De afgelopen maanden, waarin de straten en pleinen op wat schimmen na leeg bleven, maakten in één klap duidelijk dat de kernkwaliteit van onze steden het publieke karakter is. Ze kunnen mooi of lelijk zijn, schoon of vies, gezond of gevaarlijk, vitaal of tanend, maar als de publieke functie wegvalt, houd je een
maquette over. Natuurlijk waren er positieve uitzonderingen: kinderen die met andere buurtkinderen tussen de geparkeerde auto’s speelden en de stoep vol krijtten, buurtbewoners die een praatje maakten in de rij voor de bakker, het buurtparkje dat ineens een kleine oase bleek in een stenen stad. Maar dat zijn, hoe sympathiek ook, hoofdzakelijk ontmoetingen binnen onze eigen bubbel en vooral: het zijn een-op-een-contacten, precies van het soort dat ontwerpers graag in hun presentatie fotoshoppen: een skater die bewonderend wordt gadegeslagen door een vriendje, een vrouw met kinderwagen, twee oude mensen op een bankje. Zulke voorgeprogrammeerde ontmoetingen geven je het gevoel dat je naar The Truman Show zit te kijken. De lockdown heeft ons de kwetsbaarheid én het belang van publieke ruimte laten zien. Zonneklaar werd ineens weer dat we, ook als publieke actoren, lichamelijke wezens zijn. Het blijkt namelijk niet te gaan om eloquente debatten op de agora: in de publieke ruimte lezen we elkaars lichaamstaal, interpreteren we elkaars fysieke verschijning, vangen we terloopse opmerkingen op, creëren we een beeld van de werkelijkheid aan de hand van onze medemensen. Vrij naar Hannah Arendt: politiek is het staan voor je mening tegenover andere mensen.

Terwijl sociale media enkel de scherpste en onverzoenlijkste geluiden versterken en algoritmes de maatschappelijke verdeeldheid aanjagen, is het publieke domein een plek waar de, al dan niet stilzwijgende, reactie van omstanders een indicatie geeft van een common ground. En misschien nog wel belangrijker: het publieke domein heeft een dempende werking, hier verliest de boude bewering aan scherpte.
Op een markt met veel moslims luid verkondigen dat „al die buitenlanders hun boerka’s nu voor onze monden proberen te binden” is minder asociaal dan diezelfde opmerking vanuit het digitale schuttersputje de wereld in slingeren. Het is, positief geformuleerd, een poging om een discussie aan te gaan of,
negatief gezien, een gefrustreerde schreeuw om aandacht. Mensen radicaliseren als ze niet gehoord worden.

Functionalistisch Nederland
Per 1 juli zijn veel maatregelen versoepeld, maar de boodschap blijft: houd anderhalve meter afstand. Het zou een grote vergissing zijn om dit gedragsvoorschrift op te vatten als een ontwerpopgave. Natuurlijk kun je cirkels trekken in de parken waar binnen je moet blijven als je gaat picknicken, kruisen op een plein zetten waar je op moet gaan staan om te demonstreren en manshoge schotten plaatsen tussen de tafels van een terras. Maar Roos van der Lint waarschuwde in De Groene Amsterdammer terecht: „De tijdelijke noodregels worden gegoten in de wet, de linten en het tape die looproutes en grenzen aangeven zullen spoedig muren en hekken zijn.”

Het zou een vergissing zijn om de anderhalve meter op te vatten als een ontwerpopgave


Het grote gevaar van de term ‘het nieuwe normaal’ is dat we de samenleving aanpassen aan het probleem. In het door en door functionalistische Nederland zijn ontwerpers grootmeesters in probleemoplossingen op het scherp van de snede. Is anderhalve meter de norm? Nou, dan maken we toch alles precies anderhalve meter! De Nederlandse architectuur is internationaal groot geworden met het tot in het absurde letterlijk nemen van het Programma van Eisen: u krijgt wat u voorschrijft.
De algemene les van de coronacrisis is dat we onze kwetsbaarheid moeten verminderen. In de economie betekent dat: niet meer lean and mean, maar buffers aanleggen. Niet meer just in time, maar just in case. Wat betekent dat voor de inrichting van de stad? De afgelopen decennia zijn woningen in de stad steeds kleiner geworden, want met studio’s van twintig vierkante meter zonder buitenruimte was nu eenmaal veel geld te verdienen. Die zijn goed leefbaar in een stad vol cafés, flexibele werkplekken en andere third places, maar toen die voorzieningen op slot gingen, voelden ze plotseling als gevangeniscellen. Niet vreemd dat architect Reinier de Graaf van OMA in NRC (29/5) pleitte voor de bouw van grotere
woningen met een patio of balkon.
Maar de woningbouw is een olietanker, dus wonderen zijn in de nabije toekomst niet te verwachten. Bovendien geven woningbouwers slechts een individueel of hoogstens een collectief antwoord op de crisis, geen publiek. De nadruk op verbetering van de woningen kan zelfs een publieke verarming
bewerkstelligen doordat mensen zich terugtrekken in de eigen enclaves. Tot nu toe is de aversie tegen gated communities in Europa vrij groot, maar de roep erom zal zeker toenemen.
Angst, en de regulering daarvan, zijn wezenlijke kenmerken van de stad: hoe gaan we om met verschillen en confrontaties? Een hoofdrol is daarin weggelegd voor de openbare ruimte, maar alleen als die ook werkelijk als publieke ruimte functioneert.

‘Ville’ of ‘cité’?
Openbare ruimte hadden we tijdens de lockdown meer dan ons lief was; de Dam was een verlaten vlakte en bepaald niet de mooiste van het land. Slechts een handjevol mensen volstond op 4 mei om er een indrukwekkende publieke ruimte van te maken. En op 1 juni trok de eerste demonstratie sinds de lockdown zoveel demonstranten dat voldoende afstand houden onmogelijk werd, wat tot nationale ophef leidde. Deze twee voorbeelden tonen de politieke functie van de publieke ruimte, maar het gaat ons om de bredere betekenis ervan, namelijk de maatschappelijke. Socioloog Richard Sennett maakt, voortbordurend op het werk van onder andere Jane Jacobs, onderscheid tussen ville en cité, oftewel tussen de geplande stad en de geleefde stad. In de moderne stedenbouw ligt de nadruk op het eerste: het gaat om wegen, ruimtes, functies, stromen – niet om straten, plaatsen, mensen, leven. Sennett probeert beide werelden te verzoenen om zo te komen tot een open stad. Maak het niet te hermetisch, benadrukt Sennett keer op keer: bouw niet voor de eeuwigheid, zorg dat je dingen kunt aanpassen en repareren, probeer niet alles vanuit een gezichtspunt te plannen, laat een zekere mate van chaos toe.
Er is geen enkele (corona-)reden om ontmoeting, uitwisseling en confrontatie los te laten als uitgangspunten voor de vormgeving van de stad. En daarbij hebben we overmaat nodig: straten die breder zijn dan strikt noodzakelijk, parken die groter zijn dan de groennorm. De stad is geen strak maatpak, maar een comfortabele jas, die je steeds vermaakt en die met de jaren steeds lekkerder gaat zitten.

Terug naar de Louis Bouwmeesterschool. Om de kwetsbaarheid van de stad te verkleinen, zou je de hekken om het plein juist weg moeten halen, zodat de speeltoestellen ook door andere groepen en op andere momenten kunnen worden gebruikt. Tijdens een nieuwe lockdown bijvoorbeeld, maar ook aan het
einde van de schooldag en in het weekend. Het gaat niet om een grand design van de publieke ruimte, maar om talloze kleine en grote interventies voor pleinen en parken, stations en scholen,
hoeken en stoepen. Zulke interventies zijn altijd lokaal, specifiek en lichamelijk.

Wat we nodig hebben zijn bankjes en gastheren – geen hekken en cameratoezicht.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 4 juli 2020

Stichting Geledingszone Stiphout opgericht.

Er blijven vragen onbeantwoord, ontwikkelingen gaan voort zonder enig draagvlak terwijl vergunningen door gemeente Helmond reeds in procedure zijn genomen.

De ontwikkeling van met name een tweede zonneweide in Stiphout heeft geleid tot het startschot voor oprichting van “Stichting Geledingszone Stiphout”. Met brede steun van de inwoners van Stiphout gaat deze zich inzetten voor behoud van landschappelijke kwaliteit van het gebied aangrenzend aan de bebouwde kom van Stiphout/Helmond.

Het is vandaag de dag belangrijker dan ooit om de natuur-, landschappelijke en
cultuurhistorische waarden te verbeteren en te behouden. Actuele thema’s zoals de energietransitie, biodiversiteit en het belang van ontspanning en recreatie in de natuur maken dat deze stichting een grote groep mensen gaat aanspreken. Zeker als gevolg van de COVID situatie.

De woonkwaliteit van Stiphout is sterk afhankelijk van de relatie met het buitengebied; en juist deze relatie staat nu onder grote druk.

“De toenemende vervlokking is een onderschatting ten aanzien van het welzijn van haar inwoners. Een tweede zonneweide in het buitengebied werkt als katalysator voor het ongebreideld uitdijen van het stedelijk gebied Helmond. Hier gaan we de komende periode aandacht voor vragen met onze stichting bij de gemeenschap en gemeente Helmond. Het buitengebied van Stiphout is wat de stichting betreft niet inwisselbaar.” aldus Erik Aarts voorzitter van de Stichting Geledingszone Stiphout.

De Stichting Geledingszone Stiphout gaat zich inzetten om via social media, een eigen website en de schrijvende-pers te informeren over actuele thema’s en ontwikkelingen. Volg en steun ons op www.geledingszonestiphout.nl en natuurlijk op facebook en instagram!